Dierenwelzijn

img13
In al onze programma's met dieren staat niet alleen het welzijn van het kind hoog in het vaandel maar zeker ook dat van de dieren. Veel "werkdieren" hebben last van stress en dat staat haaks op het dierenwelzijn  Als een dier stress heeft dan  kan hij zijn werk niet naar behoren verrichten. Bovendien moeten we met autisme rekening houden met de andere manier van communiceren, handelen en aandacht van het kind naar het dier. Een autismebegeleidingshond is weliswaar een hulpmiddel, maar het is geen gebruiksvoorwerp, zoals een rolstoel, die je aan de kant kunt schuiven als je hem even niet nodig hebt. Dieren zijn leven wezen die ook rechten hebben
Daarom is het is belangrijk om het welzijn van dieren te waarborgen, ten allen tijde, maar zeker als ze een rol spelen in Animal Assisted Interventions (AAI/AAA/AAT).
Dierenwelzijn gaat over de kwaliteit van het leven van een dier. Elk dier dat niet in zijn natuurlijke omgeving leeft, probeert zich aan te passen aan zijn leefomgeving. Een dier voelt zich het best in een omgeving waarin hij zijn natuurlijk gedrag kan vertonen en die hem geen chronische stress, pijn of angst bezorgt.
De mate van welzijn van een dier kan worden beoordeeld aan de hand van de vijf vrijheden. Een dier moet vrij zijn:
- van dorst, honger en onjuiste voeding;
- van fysiek en fysiologisch ongerief;
- van pijn, verwondingen en ziektes;
- van angst en chronische stress;
- om het natuurlijke (soorteigen) gedrag te vertonen.

spruit_3img12


AVMA (American Veterinarian Medical Association heeft richtljnen gemaakt voor het welzijn van dieren in AAI:Wellness Guidelines for Animals in Animal-Assisted Activity, Animal-Assisted Therapy and Resident Animal Programs (2007). Dierenwelzijn komt ook aan bod in meer algemene richtlijnen en standaarden over AAI, te vinden in het onderdeel documentatie.
Stichting AAIZOO (Animal Assisted Interventions in Zorg, Onderzoek en Onderwijs) heeft een werkgroep dierenwelzijn. Deze werkgroep inventariseert (inter)nationale normen over dierenwelzijn en wil op basis daarvan en reeds bestaande protocollen, wetenschappelijke literatuur en eigen expertise een 'Welzijnsprotocol in AAI' ontwikkelen voor verschillende diersoorten, te beginnen met de hond, de kat en het paard. Het uiteindelijke doel van deze werkgroep is te komen tot een kwaliteitsregistratie in de vorm van een keurmerk. Het is goed te weten dat medewerkers van Stichting SAAC en HVA o.a. in  de wergroep dierenwelzijn participeren en zo actief mee werken aan een kwaliteitskeurmerk en verplichte registratie en dat we er alles aan doen om stress bij dieren te voorkomen.

img08

Steeds vaker worden honden op jonge leeftijd al gecastreerd. Met ‘jong’ bedoel ik vóór de leeftijd van 6 maanden. Deze trend komt voornamelijk overwaaien uit de USA, waar om redenen van geboortebeperking dit beleid flink gestimuleerd wordt. Voor alle duidelijkheid: met ‘castratie’ wordt hier bedoeld het verwijderen van de testikels of de eierstokken. We hebben het dus zowel over reuen als teven. Nog afgezien van het feit dat er misschien wel sowieso teveel honden worden gecastreerd, zijn er in ieder geval nogal wat bezwaren tegen castratie op jonge leeftijd. Er zijn althans aanwijzingen dat we op zijn minst voorzichtig en kritisch moeten zijn en blijven bij het volgen van dergelijke trends. Laten we de bezwaren eens op een rijtje zetten:
Urogentiaal apparaat
Het vroeg castreren van reuen en teven leidt tot relatief onderontwikkelde uitwendige geslachtsdelen, zoals de penis en de vulva. Dit kan ontstekingen van de voorhuid en de huid rond de vulva tot gevolg hebben. Door uitgebreid wetenschappelijk onderzoek is tevens aangetoond dat het vroeg castreren van teven, maar hoogst waarschijnlijk ook reuen een grotere kans op de zogenaamde castratie onzindelijkheid met zich meebrengt.
Bewegingsapparaat
De geslachtshormonen die worden geproduceerd in de eierstokken (teef) of testikels (reu) van de hond spelen een belangrijke rol bij de groei. Zo is in een aantal studies aangetoond dat bij vroege castratie de botten langer doorgroeien dan bij een intacte hond of een hond die op latere leeftijd wordt gecastreerd. Een hond die op jonge leeftijd gecastreerd wordt, zal dus langere maar lichtere botten krijgen. Het is niet zo moeilijk om te bedenken dat dit soort structurele veranderingen in de opbouw van het skelet ook gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van het bewegingsapparaat Er is zelfs een onderzoek gedaan in Texas, waaruit zou blijken dat gecastreerde honden (overigens wordt hier niet gekeken naar de leeftijd waarop de castratie wordt uitgevoerd) een grotere kans op een voorste kruisbandlaesie zouden hebben. En de kans op de ontwikkeling van heupdysplasie zou vergroot zijn ten gevolge van het op vroege leeftijd castreren van honden. Of deze studies daadwerkelijk valide genoeg zijn om deze conclusies te trekken valt te betwijfelen, maar dat vroeg castreren invloed heeft op de groei van het skelet is wetenschappelijk bewezen en dat dit mogelijk het ontstaan van bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat bevordert, is zeker niet ondenkbaar.
Tumoren
Een teef die voor de 2de loopsheid gecastreerd wordt, heeft een veel kleinere kans op het ontwikkelen van tumoren in de melkklieren op latere leeftijd in vergelijking met een intacte teef die op latere leeftijd wordt gecastreerd. Maar wat betreft de invloed op het ontwikkelen van andere tumoren horen we andere, minder positieve geluiden met betrekking tot het vroeg castreren van honden. Zo zou de kans op het voorkomen van een haemangiosarcoom (een relatief veel voorkomende tumor die o.a. voorkomt in het hart en de milt bij honden) groter zijn dan bij niet gecastreerde honden. Er zijn twee studies waaruit blijkt dat (vroeg)gecastreerde honden meer kans hebben op het ontwikkelen van botkanker (osteosarcoom). Op zich niet zo gek. Want we wisten al dat bij honden(rassen) die (extreem) groot zijn vaker botkanker voorkomt en vroeg castreren zoprgt ervoor dat een hond langer doorgroeit en dus veel groter wordt! Er is ook gerede twijfel of het castreren van reuen (op welke leeftijd dan ook) de kans op het ontstaan van prostaatkanker verkleint. Door sommige mensen wordt dit gunstige effect van castreren echter wel geclaimd. Dit betekent overigens niet dat castratie van een reu met een bestaand chronische prostaatprobleem (ontsteking, vergroting ect.) zinloos is.
Gedrag
Veel hondeneigenaren denken dat hun hond rustiger en veel gemakkelijker wordt in de omgang na een castratie. Dit is echter niet zo zwart/wit als de meeste mensen wel denken. Bepaalde vormen van ongewenst gedrag, waaronder vooral angst gerelateerde problemen, zouden juist vaker voorkomen bij (vroeg) gecastreerde honden vergeleken met intacte honden. Vooral bij reuen met een angstig en onzeker karakter kan castratie leiden tot regelrechte angstagressie. Ook op latere leeftijd schijnt er verschil te zijn in de achteruitgang van de cognitieve functies (dementieachtige verschijnselen) tussen gecastreerde reuen en intacte reuen.
Schildklier
Een gecastreerde hond wordt sneller dik, dat weet bijna iedereen. Mogelijk heeft het iets te maken met de verminderde werking van de schildklier na castratie. In ieder geval is aangetoond, dat castratie de kans op een te traag werkende schildklier duidelijk wordt vergroot.
Conclusies
Of het vroeg castreren van honden daadwerkelijk de kans op kruisband letsels vergroot is niet helemaal duidelijk. Het wel of niet ontstaan van een kruisband letsel is van zoveel factoren afhankelijk, dat er bij een onderzoek naar het verschil in frequentie van voorkomen van kruisbandletsels bij gecastreerde versus niet gecastreerde honden al snel de verkeerde conclusies getrokken kunnen worden als niet al deze factoren worden meegewogen in het oordeel. Het zou dan ook niet juist zijn om op grond van dergelijke onderzoeken het vroeg castreren van honden volledig te veroordelen. Er zijn echter redenen genoeg om, als we gewoon logisch redeneren, aan te nemen dat het op jonge leeftijd castreren van honden nogal wat gevolgen heeft voor de ontwikkeling van een hond. Zo wel op het lichamelijke als op het psychische vlak.
En laten we het vraagstuk eens van de andere kant bekijken: is het nou echt zo’n probleem om even te wachten met een eventuele castratie? Er zijn, denken we, maar weinig mensen die een loopse teef echt niet uit de buurt van een reu kunnen houden gedurende een periode van drie weken.


De boodschap die dan ook willen overbrengen is deze: zie het castreren van uw hond niet als iets dat ‘zo hoort’ of als iets wat u hoe dan ook moet laten doen. Overweeg goed wat de voordelen en de nadelen zijn, zeker als uw hond een speciale functie moet gaan vervullen, zoals bijvoorbeeld een hulphond of autismebegeleidingshond. Doe het niet te vroeg! Wacht in ieder geval tot de hond volledig uitgegroeid en uit ontwikkeld is, zowel op lichamelijk als op het psychische vlak.

Soms worden honden (bijvoorbeeld labradoodles) al op de leeftijd van zeven weken gecastreerd. Een dergelijk vroege castratie is lang niet altijd in het belang van het dier.
Wanneer een pup op zeven of acht weken gecastreerd wordt, is dit eveneens een belasting op zijn jonge lijfje. Een narcose is voor een jong dier zeker niet zonder risico. Voorts kan men zich afvragen wat een ingreep als deze teweegbrengt bij een pup die in een periode van zijn leven is waarin hij snel angstig kan zijn en vooral positieve ervaringen moet opdoen.
Redenen die worden aangevoerd voor ‘vroegcastratie’ liggen meestal op het gebied van ongewenste voortplanting. Ook wij zijn voorstander van geboortebeperking om een overschot aan honden te voorkomen. Er zitten immers al genoeg ongewenste honden in een asiel. Echter, er zijn veel manieren om ongewenste voortplanting te voorkomen. Bovendien lijkt het vroegtijdig inperken van de fokbasis bij de huishond, die geplaagd wordt door inteeltissues, onwenselijk.
Standpunt KNMvD over de neutralisatie van pups en kittens op zeer jonge leeftijd

Inleiding
In de Verenigde Staten worden pups en kittens soms op de zeer jonge leeftijd van 6 tot 8 weken geneutraliseerd. Ook in Nederland wordt om verschillende redenen neutralisatie op deze zeer jonge leeftijd toegepast. Dit zogenaamde “early age neutering” is echter niet onomstreden. In ons land wordt het vooral gedaan bij zwerfkatten om de populatie onder controle te houden. Neutralisatie op jonge leeftijd vindt op kleine schaal echter ook plaats binnen de fokkerij van honden (Golden- en Labradoodle) en katten.

Probleemstelling
Redenen voor neutralisatie op zeer jonge leeftijd
Het grootste voordeel van neutralisatie op zeer jonge leeftijd is duidelijk. De dieren kunnen zich daarna niet meer voortplanten. Dit is vooral van belang voor het beheersen van de populatie zwerfkatten. De meest gehanteerde strategie hierbij is “Trap, Neuter and Return”
(TNR). Wanneer zwerfkatten nog voor de eerste krolsheid worden geneutraliseerd, heeft de
TNR-methode vanzelfsprekend meer impact. Overigens worden zwerfkittens in Nederland niet teruggeplaatst in de omgeving maar - indien mogelijk - via gastgezinnen gesocialiseerd en herplaatst. Ook asielkatten worden soms op zeer jonge leeftijd geneutraliseerd ter bestrijding van het kattenoverschot en dit vindt tevens plaats bij huiskatten die buiten komen.
Veterinaire argumenten voor vroege neutralisatie zijn onder andere het voorkómen van mammatumoren en een eenvoudiger neutralisatietechniek. Het is echter niet aangetoond dat de frequentie van mammatumoren lager is, als de neutralisatie vóór i.p.v. kort na de eerste loopsheid wordt uitgevoerd. Bij teven is wel een beschermend effect aangetoond van neutralisatie voor de tweede loopsheid. Bij katten is het risico op mammatumoren lager bij poezen die voor het eerste levensjaar zijn geneutraliseerd. In de fokkerij worden pups en kittens, soms op verzoek van de fokker, op een leeftijd van 6-8 weken geneutraliseerd. Doordat deze fokkers van bepaalde bijzondere rassen uitsluitend gecastreerde pups of kittens verkopen behouden zij een monopoliepositie in de markt. Voor het neutraliseren op zeer jonge leeftijd bestaat hier dus een economisch motief.
Risico’s van neutralisatie op zeer jonge leeftijd
Er zitten diergeneeskundig gezien voor- en nadelen aan neutralisatie op 6-8 weken. Zeer jonge dieren hebben een hoger anesthesierisico (ASA 25) en meer kans op het ontwikkelen van hypothermie en hypoglycemie. Daar dient de dierenarts in zijn anaesthesieprotocol rekening mee te houden.
Bij katten is aangetoond dat neutralisatie voor een leeftijd van 5 ½ maand weinig nadelige lange termijn effecten heeft op de gezondheid en het gedrag. Wat het gedrag betreft worden zelfs positieve effecten beschreven m.b.t. agressie, seksueel- en territoriaal gedrag. Recent is beschreven dat een vertraagde sluiting van de epifysairlijnen bij prepuberaal gecastreerde katten mogelijk bijdraagt aan het ontstaan van een ziektebeeld dat bekend staat als epifysiolyse.

Samenvatting
• Neutralisatie op zeer jonge leeftijd (6 tot 8 weken) van pups en kittens in de fokkerij op grond van economische motieven wordt afgewezen.
• Het neutraliseren van kittens op zeer jonge leeftijd (6 tot 8 weken) is aanvaardbaar bij zwerfkatten en asielkatten om het kattenoverschot in te perken.
• Bij huiskatten is het advies met neutraliseren te wachten tot na de vaccinaties, dat wil zeggen rond de leeftijd van 4-6 maanden.
• Neutralisatie wordt bij teven bij voorkeur uitgesteld tot na de eerste loopsheid.

Onder op zeer jonge leeftijd geneutraliseerde teven wordt een verhoogde frequentie van
vaginitis, cystitis en urine-incontinentie gezien. Bij zowel teven als reuen zijn er aanwijzingen voor toename van heupdysplasie. Terwijl bij vroeg geneutraliseerde honden daarentegen minder obesitas voor lijkt te komen. Ook op het gedrag van honden heeft neutralisatie op zeer jonge leeftijd effect. Angst voor geluid en (hyper)seksueel gedrag komen meer voor maar angstplassen, vluchtgedrag en verlatingsangst juist minder8. Steeds vaker blijken bij vóór de eerste loopsheid geneutraliseerde teven urologische en vaginitisklachten voor te komen die niet tot nauwelijks reageren op behandeling.

Overwegingen

Wettelijk kader
In principe is het onvruchtbaar maken van dieren een aantasting van de integriteit van het dier. Uitgangspunt in onze wetgeving is dat er geen ingrepen aan dieren verricht worden
tenzij deze ingrepen noodzakelijk worden geacht en wettelijk zijn toegestaan. In de
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, art. 40 wordt het onvruchtbaar maken van dieren uitgezonderd van dat verbod. Blijkbaar vindt de wetgever de redenen voor het onvruchtbaar maken van dieren voldoende zwaarwegend om dit zonder voorwaarden toe te staan. Dat betekent niet dat de dierenarts niet kritisch hoeft te zijn ten aanzien van het nut en de noodzaak van neutralisatie. Uitgangspunt blijft namelijk respect voor de intrinsieke waarde van het dier en daarmee het beperken van het aantal (noodzakelijke) ingrepen. Over een minimumleeftijd waarop dieren onvruchtbaar gemaakt mogen worden, doet de GWWD geen uitspraak. Dit is ter beoordeling van de dierenarts, deze moet op basis van (veterinaire) argumenten een afweging maken.

Geboortebeperking
Bij het maken van deze afweging moet ook de intentie van de neutralisatie worden meegenomen. Gezien het zwerfkattenprobleem en de overvolle asielen is neutralisatie op zeer jonge leeftijd (6-8 weken) in die gevallen te rechtvaardigen. Het doel, namelijk het terugdringen van de problemen rond zwerfkatten en asieldieren, weegt zwaarder dan de mogelijke risico’s die aan vroege neutralisatie verbonden zijn. Uiteraard zal de dierenarts daarbij wel de nodige (voorzorgs)maatregelen moeten nemen om die risico’s zo veel mogelijk te beperken. Met name door het hanteren van een goed anaesthesieprotocol.
Bij particulieren is uiteraard het uitsluiten van de kans op nakomelingen eveneens een belangrijke overweging. Het neutraliseren van gedomesticeerde katten vóór de eerste krolsheid draagt ook bij aan het beperken van het zwerfkattenprobleem. Vanwege de aard en omvang van dat probleem in Nederland, is neutralisatie voor de eerste krolsheid om die reden eveneens te rechtvaardigen. Het advies is om bij deze categorie katten met neutraliseren te wachten tot na de vaccinaties, dat wil zeggen rond de leeftijd van 4 – 6 maanden.

Veterinaire gronden
Daarnaast is er nog een aantal meer veterinaire argumenten voor neutralisatie. Zo worden vrouwelijke dieren gecastreerd ter vermindering van de kans op mammatumoren en andere met de geslachtscyclus verband houdende aandoeningen. Bij reuen spelen bijvoorbeeld gedrag en ontsteking van de voorhuid een rol. Reuen lopen echter na neutralisatie een groter risico op prostaattumoren dan niet geneutraliseerde dieren11. Dit terwijl er nauwelijks medische voordelen zijn. Voor wat betreft het neutraliseren van reuen zonder goede veterinaire reden lijkt een ethische overweging door de dierenarts dus zonder meer op zijn plaats en is een discussie over de leeftijd voor een dergelijke ingreep dus niet ter zake doende.
Er is geen zwaarwegend argument waarom neutralisatie bij teven niet kan worden uitgesteld tot na de eerste loopsheid en bij katten tot een leeftijd van 4-6 maanden. Vanwege het anesthesierisico en mogelijke postoperatieve gezondheidsproblemen op de langere termijn bij vooral honden heeft dat de voorkeur boven neutralisatie op eerdere leeftijd.

Economisch belang
Fokkers van bijzondere honden- en kattenrassen hebben er soms financieel belang bij het aanbod van pups en kittens beperkt te houden. Door de pups en kittens te neutraliseren voor ze naar de nieuwe eigenaar gaan, is men er zeker van dat er niet meer met die dieren gefokt zal worden. Als het hier alleen om het neutraliseren van dieren met erfelijke aandoeningen zou gaan dan zou neutralisatie in het belang van de nakomelingen van die dieren (en het ras) gerechtvaardigd kunnen zijn. Er vindt echter geen screening op erfelijke gebreken plaats en de genenpool van allerlei rassen, zeker kattenrassen wordt zodoende onnodig verkleind.
Een potentiële nieuwe eigenaar heeft geen keus en kan alleen geneutraliseerde pups en
kittens kopen waarmee niet gefokt kan worden. Vanwege de intentie achter de ingreep
(economische belangen van de fokker) en de risico’s is neutralisatie op zeer jonge leeftijd in dit geval niet acceptabel.

KNMvD-standpunt:
• Neutralisatie op zeer jonge leeftijd (6 tot 8 weken) van pups en kittens in de fokkerij op grond van economische motieven wordt afgewezen.
• Het neutraliseren van kittens op zeer jonge leeftijd (6 tot 8 weken) is aanvaardbaar bij zwerfkatten en asielkatten om het kattenoverschot in te perken.
• Bij huiskatten is het advies met neutraliseren te wachten tot na de vaccinaties, dat wil zeggen rond de leeftijd van 4-6 maanden.
• Neutralisatie wordt bij teven bij voorkeur uitgesteld tot na de eerste loopsheid.

 

Contact

Voor meer info, neem vrijblijvend contact met ons op:

Hulp voor Autisme

Nobellaan 7
4622 AH Bergen op Zoom
Nederland
T: 0164 - 233741
M: 06-38220333
E: info@stichtingsaac.nl

Inschrijfformulieren
Artikelen in de media



Sponsoring SAAC

Wilt u Stichting SAAC steunen?